Wie niet weg is, wordt verkracht.
"Mag ik terug naar mijnen stal alstublieft?" Reneetje perst de vraag smekend van tussen zijn rotte tandjes terwijl hij door zijn vader afgeranseld en door de woonkamer gesmeten wordt. Uit liefde. Jawel. Vader kan alleen maar graag zien in het geniep of al meppend en neukend. Het gevolg is een moederloos gezin waar iedereen wegkruipt (in de kast, de stal of de zetel) uit angst voor de bronstige stier die hun vader/zoon is. Hij weet niet beter dan dat hij zijn gezin met drank, sperma en bloed bij mekaar moet houden. Plakken eigenlijk.
Knack blogsite, door Els Van Steenberghe.
Carrs
On Raftery's Hill werd knap vertaald en bewerkt door auteur Filip Vanluchene. Vanluchene mocht in 2008 nog de Taalunie Toneelschrijfprijs in ontvangst nemen voor zijn
Citytrip , geënsceneerd door theatergezelschap De Tijd.
Ook
Op de hoge doorn is een parel waarin Vanluchene de taal hanteert als een eenvoudig werktuig waarmee het volkse synoniem van het poëtische wordt. Hij geeft met deze tekst de acteurs puur vuur in de mond en de ledematen.
De acteursploeg van deze voorstelling bestaat grotendeels uit het hernieuwde en veelbelovende Limburgse ensemble van Theatermakershuis De Queeste. Artistiek leider Christophe Aussems wil met De Queeste maatschappelijke geëngageerd theater maken, vertrekkende vanuit een grote liefde voor repertoireteksten en eigenzinnige locaties. Hij verzamelde een jonge en bevlogen bende om zich heen. Bestaande uit regisseur Domien Van Der Meiren, scenograaf Geert Peymen, muzikant Bert Hornikx en een stel acterende raspaarden: Tom Ternest, Helena Van Den Berge, Katrien De Ruysscher, Lien De Graeve en de bijna afgestudeerde Bram Van Der Kelen.
Dit voltallige ensemble werkte mee aan deze voorstelling, die de eerste is van de 'nieuwe' De Queeste.
Tom Ternest schittert als de zoon Reneetje en als vriend des huizes 'Torie', de man die zijn kat Rosie als een vrouw behandelt. Het is zijn enige steun en toeverlaat in het leven. En soms is een beestje als gezelschap beter dan een mens als gezelschap, zo redeneert hij.
Jongste dochter Rachelle wordt meesterlijk vertolkt door Lien De Graeve en haar minnaar is een hitsige rol voor Gilles De Schryver. Ook Ilse De Koe laat zich als grootmoeder des huizes van haar beste tragikomische kant zien. Hoewel zij soms nog dat subtiele evenwicht tussen karikatuur en geloofwaardigheid verliest.
Bram Van der Kelen is onovertroffen als de vader. En Katrien De Ruysscher, tot slot, weet als de oudste dochter (die tevens de moeder van haar zus blijkt te zijn...) te overtuigen. Maar zij 'zit' soms nog te veel op de woorden waardoor deze af en toe iets te ongeloofwaardig en zwaar klinken.
Deze indrukwekkende ploeg wordt aangesterkt door muzikant Bert Hornikx die onwezenlijk klanken en melodielijnen de scène opstuurt vanuit de "stal" van Reneetje. Hiermee injecteert hij extra sfeer in de voorstelling.
Die voorstelling speelt zich af in een aardekleuren decor van Geert Peymen waar de uitgeleefdheid van afstraalt. De gele kleur van de omelet is zowat de enige vrolijke noot in het hele huishouden. En de kleurige vestjes van grootmoeder, natuurlijk. Het oude mensje tracht elke dag opnieuw een tocht te ondernemen naar Baaigem en vandaar naar "de Congo" waar ze de schoonste jaren van haar leven beleefde. Meer bepaald de eerste drie jaren van haar leven. Maar ze slaagt er nooit in te vluchten uit dat gruwelijke huis en die verdorven omgeving waarin iedereen verdwaalt in en door de geërfde ellende...
Neen, dit is niet het meest vernieuwende theater. Maar met
Op de hoge doorn brengt het opgefriste Theatermakershuis De Queeste een sterke en met veel enthousiasme en oog voor detail gemaakte voorstelling. Dit vanuit een oprechte goesting om repertoire niet alleen te laten heropleven maar ook op een relevante en actuele manier te ensceneren. Zo vertelt De Queeste middels prachtig geschreven, universele verhalen over de (maatschappelijke) hersenbrekers van vandaag. Een mooie en nobele missie als theatergezelschap is dat.
Op de hoge doorn van De Queeste op vr 9 april om 20.30 uur
Reageer